info@av-taaltraining.nl

Verschillende soorten werkwoorden

verschillende soorten werkwoorden

Zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden

In de zin  Mijn zus heeft een huis laten bouwen staan drie  werkwoordenheeftlaten en bouwen. Werkwoorden kunnen op verschillende manieren in groepen worden ingedeeld. De hoofdindeling is die in zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden.

Zelfstandige werkwoorden

Zelfstandige werkwoorden zijn werkwoorden die de kern van het werkwoordelijk gezegde van de zin vormen; als je het weg zou laten, wordt de zin ongrammaticaal. Kijk maar naar de zin Mijn zus heeft een huis laten bouwen. De werkwoorden heeft en laten kun je weglaten (al verandert de betekenis dan natuurlijk wel), maar zonder bouwen is de zin niet grammaticaal. Een zelfstandig werkwoord kan alleen in de zin voorkomen, maar dat hoeft niet. Bijna alle werkwoorden kunnen als zelfstandig werkwoord gebruikt worden.

Koppelwerkwoorden

Eigenlijk zijn dit ook zelfstandige werkwoorden, maar een belangrijk verschil is dat ze niet in een werkwoordelijk maar in een naamwoordelijk gezegde staan. Het naamwoordelijk gezegde in zijn geheel (dus werkwoord én naamwoordelijk deel) geeft de belangrijkste betekenis van de zin. Het koppelwerkwoord zelf heeft niet zo heel veel betekenis. De koppelwerkwoorden zijn zijnwordenblijvenblijkendunkenhetenlijkenschijnen en voorkomen. Ook sommige werkwoorden die min of meer als synoniemen van zijn en worden gebruikt worden, kunnen koppelwerkwoord zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan gaankomenstaan en zitten.

Hulpwerkwoorden

De hulpwerkwoorden komen in zowel werkwoordelijke als naamwoordelijke gezegdes voor. Er bestaan verschillende soorten hulpwerkwoorden, afhankelijk van hun functie. 

De meeste hulpwerkwoorden kunnen ook als zelfstandig werkwoord voorkomen. De modale hulpwerkwoorden blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen en toeschijnen zijn dan koppelwerkwoord.

Oefenen in de les

In de meeste gevallen lijkt het me niet heel zinvol om dit echt met je cursisten te bespreken. Je kunt eventueel de term ‘hoofdwerkwoord’ gebruiken om zelfstandig en koppelwerkwoord samen in te vangen. Het onderscheid hoofdwerkwoord en hulpwerkwoord kan wel zinvol zijn.

De verschillende functies van de hulpwerkwoorden komen natuurlijk wel aan bod. De volgorde daarvan is ruwweg:

  • Modale hulpwerkwoorden: kunnenmoetenhoevenmogenwillenzullen 
  • Hulpwerkwoorden van tijd: hebben en zijn
  • Hulpwerkwoord van het passief: worden
  • Koppelwerkwoorden: blijkenschijnenhetendunkenvoorkomen en toeschijnen
  • Hulpwerkwoorden van causaliteit: doen en laten

Veel NT2-cursisten zullen aan de laatste twee groepen niet of nauwelijks toekomen, of alleen de wat frequentere werkwoorden ervan. Die hoef je zeker niet als aparte groep te behandelen, zoals je dat meestal wel doet bij de eerste groep modale hulpwerkwoorden. 

Lees ook deze tips