De kinderen mogen een koekje

modale werkwoorden zelfstandig gebruiken

Kunnen modale werkwoorden ook zelfstandig voorkomen?

Cursisten leren de modale werkwoorden kunnenzullenmogenmoetenwillen en hoeven vaak kennen als hulpwerkwoorden in zinnen als de volgende.

  • Hij kan morgen niet komen.
  • Zullen we nog een keer bestellen?
  • Susan wil elke dag tekenen.

Zelfstandig gebruik

Cursisten zijn dan ook nog weleens verbaasd als ze zinnen tegenkomen waarin deze werkwoorden zelfstandig voorkomen. Toch zijn die vrij gebruikelijk in het Nederlands.

  • Mike wil rode wijn.
  • Hij kan geen Nederlands.
  • De kinderen mogen een koekje.

Vaak kun je in deze zinnen wel nog een werkwoord toevoegen, maar dat is – zeker in spreektaal – niet gebruikelijk.

  • Mike wil rode wijn hebben.
  • Hij kan geen Nederlands spreken.
  • De kinderen mogen een koekje hebben.

Soorten zinnen

Dit zelfstandige gebruik van de modale werkwoorden is in verschillende zinnen mogelijk. Het kan het best in zinnen waarin het modale werkwoord iets zegt over het onderwerp van de zin. In een zin als ‘Susan wil elke dag tekenen’ zegt willen vooral iets over tekenen, namelijk dat Susan dat wil. Maar in ‘De kinderen mogen een koekje (hebben)’ gaat het vooral om de kinderen, die ergens toestemming voor krijgen. In dat laatste geval kan het tweede werkwoord dus makkelijk achterwege blijven. In de ANS staat een lang overzicht met alle details.

Oefenen in de les

Cursisten hebben soms het gevoel dat een zin als ‘De kinderen mogen een koekje’ niet ‘af’ is. Het is dus belangrijk om ze goed duidelijk te maken dat dat wél zo is. Je kunt ze bijvoorbeeld allerlei zinnen met één of twee werkwoorden voorleggen en zo laten ontdekken of samen bespreken in welke context je het tweede werkwoord wel of niet gebruikt. Het probleem is volgens mij het grootst bij cursisten die erg de neiging hebben om zinnen te vertalen (naar het Engels), dus wijs ze er nog eens op dat dat geen goede strategie is om het Nederlands te leren. 

Picture talk werkt ook heel goed. Zoek een plaatje op dat aansluit bij het thema van je les en stel daar allerlei vragen over waarin je steeds de modale werkwoorden gebruikt. Zo horen en gebruiken ze die steeds weer, waardoor de goede vorm in slijt.

Het heeft denk ik weinig zin om je cursisten al die categorieën uit de ANS te leren, maar je kunt eventueel wel noemen dat een modaal werkwoord iets kan zeggen over het werkwoord of over het onderwerp. Dat verschil is vaak echter heel subtiel, dus doe dat alleen als je denkt dat je cursisten het aankunnen. Hou het anders vooral bij veel voorbeelden en oefenen.