Grammatica

Tips over grammatica: uitleg over de regels en werkvormen.

aanwijzend voornaamwoord Grammatica

Aanwijzend voornaamwoord

‘Die’, ‘deze’, ‘dit’ en ‘dat’ zijn allemaal aanwijzend voornaamwoord. Wanneer gebruik je welk woord? En hoe oefen je daarmee met je cursisten?

Lees meer →
sterke zwakke en onregelmatige werkwoorden Grammatica

Sterke, zwakke en onregelmatige werkwoorden

De termen sterke, zwakke en onregelmatige werkwoorden hebben te maken met de vervoeging van die werkwoorden: is die voorspelbaar of niet?

Lees meer →
aan het infinitief Grammatica

‘Aan het’ + infinitief

De constructie ‘aan het’ + infinitief gebruik je als iets enige tijd duurt en gekoppeld is aan een bepaald moment.

Lees meer →
woordvolgorde waar staat ook Grammatica

Woordvolgorde: waar staat ‘ook’?

Woordvolgorde is een groot struikelblok. Waar staat het woord ‘ook’ bijvoorbeeld in de zin? Dat wisselt per zin, maar er zit logica in.

Lees meer →
voorvoegsels achtervoegsels Grammatica

Voor- en achtervoegsels

Met voorvoegsels en achtervoegsels kun je woorden van elkaar afleiden. De betekenis is dan deels voorspelbaar.

Lees meer →
Grammatica

Goud is duurder dan zilver

De regels voor het gebruik van dan en als zijn eigenlijk niet zo ingewikkeld. Dan gebruik je na een vergrotende trap en na de woorden ander, anders en andere.

Lees meer →