info@av-taaltraining.nl

Feedback geven op schrijfopdrachten

feedback geven op schrijfopdrachten NT2

Op welke manier kun je als NT2-docent goede feedback geven op schrijfopdrachten van je cursisten?

Als je feedback geeft op schrijfopdrachten van je NT2-cursisten, moet je met een aantal dingen rekening houden. Denk bijvoorbeeld aan de volgende zaken:

  • Wat is het doel van de schrijfopdracht: gaat het om het oefenen van bepaalde zinsstructuren of werkwoordstijden, of om de algemene schrijfvaardigheid?
  • Wat kun je op het niveau dat de cursist heeft van hem of haar verwachten?
  • Is de tekst handgeschreven of getypt?

Doel van de opdracht

Probeer in je feedback altijd aan te sluiten bij het doel van de opdracht. Als dat is om te oefenen met het gebruik van perfectum en imperfectum, dan kun je veel andere fouten buiten beschouwing laten. Zorg er wel voor dat je dit duidelijk tegen je cursisten zegt. Gaat het om het oefenen van de algemene schrijfvaardigheid, dan let je op veel meer aspecten. Daarover straks meer. Het is in elk geval belangrijk dat je cursisten voor ze beginnen aan de opdracht ook weten wat het doel van de oefening is, en wat voor feedback ze kunnen verwachten.

Niveau van de cursist

Van een beginnende cursist kun je natuurlijk nog geen lange volzinnen verwachten. Maar net als met spreken: het gebeurt natuurlijk dat iemand die pas een paar lessen heeft gehad, en alleen nog maar het presens kent, iets over het verleden wil zeggen. Daar maakt hij of zij vast veel fouten in, maar dat is dan niet zo erg, wat mij betreft. Je kunt natuurlijk altijd aangeven wat de goede vorm is.

Geschreven of getypt?

Ik geef zelf het liefst feedback op getypte opdrachten, maar dat kan niet altijd. Het kan namelijk ook heel nuttig zijn om je cursisten in de les aan het schrijven te zetten. Je kunt ze dan namelijk ook tijdens het schrijven feedback geven. Dat is heel waardevol. Vaak zal schrijven tijdens de les leiden tot handgeschreven teksten. Mijn ervaring is dat je als docent snel bedreven wordt in het ontcijferen van handschriften, en dat het probleem voor het geven van feedback eigenlijk vooral een ruimteprobleem is. Dat is op te lossen door een afkortingensysteem te gebruiken.

Als je de teksten digitaal krijgt, kun je in Word met commentaarvelden je feedback geven. Pas daarbij wel op: doordat ruimte nu geen probleem meer is, hebben docenten nog weleens de neiging om heel veel feedback te geven. Dat is vaak niet motiverend voor de cursist, en het kost je bovendien erg veel tijd. Ook dan kun je gebruikmaken van een afkortingensysteem.

Welke feedback?

Welke feedback geef je bij een opdracht? Zoals gezegd hangt dat voor een groot deel af van het doel van de opdracht en het niveau van de cursist. Zelf geef ik bij beginners (tot A1) simpelweg aan wat wél juist is. Dat doe ik daarna ook bij fouten in zaken die de cursist nog niet kan weten (zoals de spelling van een laagfrequent woord of een te moeilijke grammaticale constructie). Maar verder geef ik alleen informatie over het type fout dat er gemaakt is. De cursist moet dan zelf uitzoeken hoe het wel moet. Natuurlijk kunnen ze me dat ook vragen in de les als ze er niet uitkomen, maar ik ben van mening dat ze veel leren van zelf opzoeken.

Als ik zie dat een cursist één type fout veel maakt, dan markeer ik dat meestal niet elke keer, maar plaats ik een algemene opmerking als ‘Je maakt veel fouten in de woordvolgorde na ‘omdat’.’ En als het even kan, oefen ik daar in de volgende les nog eens mee. Ik laat de opdracht vervolgens verbeteren en geef er dan nogmaals feedback op. Daarbij let ik dan vooral op de veranderingen die zijn aangebracht.

Met de knop hieronder kun je een overzicht van afkortingen die ik gebruik downloaden.

Lees ook deze tips