info@av-taaltraining.nl

Wel of geen ‘te’ bij infinitief?

wel of geen te bij infinitief

Wanneer moet je te voor een infinitief zetten?

Als in een zin twee werkwoorden staan, dan is het ene een verbogen vorm. Het andere werkwoord is een voltooid deelwoord of infinitief. Voor die infinitief staat vaak het voorzetsel te. Op DutchGrammar.com vind je een hele lijst met werkwoorden die altijd te krijgen.

Met te
In de volgende constructies gebruik je te + infinitief:

  1. Als je meer informatie geeft over een adjectief.
    • Hij vindt het leuk om te koken.
    • Het is voor veel mensen moeilijk om een taal te leren.
  2. Als je aangeeft dat iets langer duurt (een duratief).
    • Aicha zit te computeren.
    • Youssef loopt te zingen.
  3. Als je een beknopte bijzin gebruikt in plaats van een dat-zin.
    • Wij hopen volgend jaar naar Amerika te gaan.
    • Hij beweert uit Groningen te komen.
  4. Als je een doel benoemt (gecombineerd met om).
    • Zullen we afspreken om naar de film te gaan?
    • Ik ga vroeg naar bed om goed uit te rusten.
  5. In constructies met doorzondernavoorin plaats van
    • Mick liep de straat op zonder uit te kijken.
    • Na jaren samengewoond te hebben, zijn Rob en Wouter eindelijk getrouwd.

Zonder te
Er zijn ook werkwoorden die juist geen te krijgen. Dat zijn de modale werkwoorden (willenzullenmogenkunnenmoeten) en de werkwoorden blijvengaanzienhorenvoelenvinden.

  • Aimée en Lucy willen een wereldreis maken.
  • Kan je me even helpen?
  • Hij hoort de kinderen fluisteren.

Soms met en soms zonder te
Er zijn ook werkwoorden die soms met en soms zonder te gebruikt worden. Vaak heeft het werkwoord dan verschillende betekenissen, maar dat hoeft niet. 

  • De yogales van vrijdag komt te vervallen. (komen betekent ‘het gaat gebeuren’) 
  • Zij komen volgende week bij ons eten. (komen betekent ‘arriveren’)
  • Sara helpt Jasper opruimen. 
  • Sara helpt Jasper de kamer op te ruimen.

Oefenen in de les

Cursisten komen al vrij snel in aanraking met dit fenomeen, omdat je vaak al snel zinnen met twee werkwoorden gebruikt. Dat betekent niet dat je meteen veel uitleg hoeft te geven. Vaak zijn cursisten dan nog erg bezig met het aanleren van de juiste plaats in de zin van dat tweede werkwoord. Als ze dat beheersen, en ook de modale werkwoorden kennen, kun je meer aandacht besteden aan het gebruik van te.
Meestal leg ik eerst uit wanneer je géén te gebruikt: bij de modale werkwoorden en een kleine groep andere werkwoorden. De constructies met te komen vaak op verschillende momenten in een cursus voorbij. Het is handig om je cursisten hier expliciet op te wijzen, zodat ze vertrouwd raken met het gebruik van te.

Als je cursisten wat verder gevorderd zijn en nog moeite hebben met het gebruik van te, kun je er explicieter mee gaan oefenen. Je kunt bijvoorbeeld eerst zinnen geven en daarin laten aangeven of er wel of geen te in moet staan. Je kunt ook het begin van een zin geven en die laten aanvullen. Nog wat lastiger is alleen twee werkwoorden geven en daar zinnen mee laten maken.

Lees ook deze tips