info@av-taaltraining.nl

Waarom krijg je na ‘dus’ vaak inversie?

waarom krijg je na dus vaak inversie

Na het woordje dus gebruik je vaak inversie. Maar waarom eigenlijk?

Als je cursisten op weg zijn naar niveau A2, kom je vanzelf bij de samengestelde zinnen. Meestal behandel je dan eerst zinnen die verbonden zijn met een nevenschikkend voegwoord: enofmaarwant en dus. Na zo’n nevenschikkend voegwoord blijft woordvolgorde hetzelfde als ervoor. Kijk maar naar de volgende zinnen:

  • Mijn moeder komt uit Amsterdam, maar ze woont al veertig jaar in Rotterdam.
  • Hij houdt niet van de winter, want hij heeft het snel koud.
  • Ik hou van dieren, dus ik ben vegetariër.

Maar met die laatste zin is iets. Hij is zonder meer grammaticaal correct, maar voor mensen niet heel gewoon. Veel mensen zouden veel eerder zeggen: ‘Ik hou van dieren, dus ben ik vegetariër.’ Waarom krijg je na dus vaak inversie?

Twee soorten dus

Het antwoord is dat er twee woorden dus zijn. Het voegwoord en het voegwoordelijk bijwoord. De betekenis is hetzelfde, maar de woorden gedragen zich grammaticaal anders. Als voegwoord verbindt dus twee hoofdzinnen met elkaar; het kan, net als andere voegwoorden, alleen maar op de plek tussen twee zinnen in staan. Omdat het een nevenschikkend voegwoord is, komt er na dus een hoofdzin, zoals in de voorbeelden hierboven. Als voegwoordelijk bijwoord kan dus op verschillende plekken in de zin staan, net als een woord als bovendien. Als het vooraan komt, krijg je inversie.

  • Ik hou van dieren; ik ben dus vegetariër.
  • Ik hou van dieren, dus ben ik vegetariër.
  • Hij heeft de juiste opleiding voor deze baan; hij heeft bovendien veel ervaring.
  • Hij heeft de juiste opleiding voor deze baan, bovendien heeft hij veel ervaring.
Oefenen in de les

Het is meestal niet nodig om heel veel aandacht te besteden aan dit verschijnsel. Als je nevenschikkende voegwoorden behandelt, kun je daarbij benoemen dat je na dus vaak inversie krijgt. Veel methodes doen dat trouwens niet meteen. In Nederlands in gang (tot A2) staat er bijvoorbeeld niets over, maar in Nederlands in actie (A2-B1) staat het wel.

Vanaf B1 zou ik er wel meer op letten, omdat voor Nederlanders de volgorde met inversie vaak gewoner is. Je kunt dan, bijvoorbeeld met het NT2 Taalspel, zinnen laten maken met dus, waarin cursisten ook inversie moeten gebruiken. Je kunt natuurlijk ook andere bijwoorden op deze manier oefenen.

Lees ook deze tips